Het antwoord in 30 seconden
Er bestaat geen ‘beste voer’ voor paarden. Wel bestaat er een voer dat past bij jouw paard en dat is iets totaal anders. De juiste vraag is niet welk merk koop ik, maar past dit voer bij wat mijn paard nodig heeft. Om die vraag te beantwoorden moet je weten hoe je een etiket leest, wat je paard echt nodig heeft op basis van zijn ruwvoer en welke ingrediënten je liever niet in de zak ziet zitten. In deze blog leg ik je uit waar je naar kijkt, wat er te vermijden valt en waarom je niet langer afhankelijk hoeft te zijn van marketingbeloftes.
Welk merk paardenvoer is het gezondst?
Je staat in de paardenwinkel of scrolt online door tientallen zakken voer. Senior, sport, sober, laag in suikers, hoog in vezels, met biotine, met probiotica, graanvrij. Elke zak schreeuwt dat hij dé beste keuze is. En jij staat daar, denkend: welk voer is nou het beste voor mijn paard?
Of misschien sta je op stal en hoor je tien verschillende meningen. De ene zegt brok, de ander muesli. Buurman zweert bij haver, instructrice bij brokken zonder graan. En je dierenarts? Die noemt een merk dat ze in de praktijk verkopen.
Wat nu?
In deze blog leg ik je uit hoe je voer leert beoordelen. Niet welk merk je moet kopen, want dat kan ik je niet vertellen. En eerlijk gezegd kan niemand dat. Wel hoe je leert kijken naar wat er in je paardenvoer zit, of het past bij jouw paard en welke vragen je jezelf eigenlijk eerst moet stellen.
Past dit voer bij mijn paard? De vraag die je eigenlijk echt moet stellen
“Welk voer is het beste?” is een onmogelijke vraag. Ik kan een topkrachtvoer aanwijzen, maar als jouw paard sober is en weinig beweegt, maakt dat hem dik of onrustig. Een mooi sportvoer voor mijn jonge merrie kan jouw oude pony in de problemen brengen.
Vraag dus niet “welk voer is het beste”. Maar: “past dit voer bij mijn paard?”
Dat is een hele andere vraag. En om die te beantwoorden, moet je drie dingen weten:
- Wat heeft mijn paard nodig? (ras, leeftijd, gewicht, activiteit, gezondheid)
- Wat zit er al in zijn ruwvoer? (want dat is het fundament)
- Wat zit er in de zak die ik wil geven? (wat betekenen die ingrediënten?)
Die laatste vraag is voor veel eigenaren een lastige. En dat is niet jouw schuld. Etiketten zijn niet ontworpen om jou te helpen kiezen. Ze zijn ontworpen om aan wettelijke eisen te voldoen.
Wat ruwvoer écht is in dit verhaal
Voordat we het over krachtvoer hebben, eerst dit: het belangrijkste voer van je paard is geen brok. Het is je hooi, gras en andere ruwvoeders.
Ruwvoer hoort 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht per dag te zijn. Voor een paard van 500 kilo dus zo’n 8 tot 10 kilo. Het is de basis van een gezonde spijsvertering, het houdt de darmflora in balans en het zorgt voor kauwgedrag en speekselproductie. Zo’n 70 tot 80 procent van de gezondheid van je paard hangt af van wat er in dat ruwvoer zit.
Het frustrerende: er staat geen etiket op je hooibaal. Geen analyse, geen samenstelling, niets. Terwijl het de hoofdmaaltijd is.
Daarom is een ruwvoeranalyse zo waardevol. Door een ruwvoeranalyse krijg je inzicht in suiker, eiwit, energie en mineralen. Pas dan weet je wat je paard al binnenkrijgt en dus wat hij nog aanvullend nodig heeft.
Aanvullend. Want krachtvoer heet niet voor niks ‘aanvullend diervoer’. Het is een aanvulling op het ruwvoer, geen vervanging.
Wat het etiket op paardenvoer je vertelt (en wat niet)
Pak een keer een zak voer en draai hem om. Wat je ziet:
Analytische bestanddelen staan meestal bovenaan het etiket. Ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruw as. Soms ook suiker, zetmeel, calcium, fosfor. Dit zijn percentages. Wat ze betekenen:
- Ruw eiwit: bouwsteen voor spieren, hormonen, enzymen. Sport- of veulenbrok hebben vaak een hoger percentage.
- Ruw vet: energiebron. Sport- en endurance voeding bevatten vaak hogere gehaltes
- Ruwe celstof: vezels. Is niet hoog in krachtvoer, want daar heb je ruwvoer voor.
- Ruw as: mineralen. Te hoog kan duiden op zand of inferieure grondstoffen.
De samenstelling/ingrediënten vind je meestal daaronder. Hier wordt het interessant. Want de volgorde betekent iets: van veel naar weinig op gewicht.
Begint de lijst met ‘haverhullen’, ‘tarwezemelen’ of ‘graanresten’? Dan is dat het hoofdbestanddeel. En dat zijn schillen en bijproducten die qua voedingswaarde niet vergelijkbaar zijn met hele haver of gerst. Begint de lijst met ‘haver’ of ‘gerst’ zelf? Heel ander verhaal.
Toevoegingen staan vaak onderaan. Hier staan vitaminen, mineralen, soms probiotica of omega-3.
Wat het etiket je niet vertelt: of de kwaliteit van die ingrediënten goed is. Of de mineralen in een opneembare vorm zitten. Of de verhouding klopt bij jouw paard. Daarvoor moet je verder kijken.
Drie ingrediënten die je liever niet in je zak paardenvoer ziet
In mijn praktijk zie ik dat eigenaren vaak verrast zijn als ze hun etiket eens écht onder de loep nemen. Een paar zaken die opvallen:
- Vage benamingen. ‘Plantaardige bijproducten’ zonder specificatie. Dat kan van alles zijn en wisselen per batch. Specifiek genoemde ingrediënten (luzerne, haver, lijnzaad) zeggen meer dan algemene termen.
- Hoog zetmeel en suiker bij sobere paarden. Een krachtvoer met ‘laag suikergehalte’ mag dat al heten bij minder dan 20 procent suiker plus zetmeel samen. Voor een paard met insulineresistentie of hoefbevangenheidsgevoeligheid is dat nog steeds te veel.
- Marketingtermen zonder betekenis. ‘Natuurlijk’, ‘premium’, ‘traditioneel’, deze termen zijn niet beschermd en iedereen mag ze gebruiken. Een verpakking met een wapperende manen-illustratie zegt niets over de inhoud.
Past dit voer bij míjn paard?
Stel: je hebt het etiket gelezen. Hoe weet je of dit voer past?
Een paar vragen die ik eigenaren vaak meegeef:
- Type paard: is het een sober ras (Fjord, IJslander, Tinker), een warmbloed, een veulen, een drachtige merrie, een senior? De behoefte verschilt drastisch.
- Activiteit: recreatief, sport, fokkerij, gepensioneerd?
- Gezondheid: insulineresistentie, allergie, leverproblemen, hoefbevangenheid in de geschiedenis?
- Ruwvoer: wat krijgt hij al binnen? Hoeveel? Welke kwaliteit?
- Conditie: is hij te dik, te mager, of precies goed?
Pas met deze gegevens kun je iets zeggen over of een voer past. En dan nog: bij twijfel reken je het door. Hoeveel Ewpa en Vrep heeft je paard nodig? Hoeveel energie, eiwit, vet en vezels? Klopt dat met wat in de zak zit én in het hooi?
Dit lijkt veel werk. Het is ook veel werk, vooral de eerste keer. Daarna gaat het sneller, omdat je leert kijken.
Veelgestelde vragen
Is muesli of brok beter voor mijn paard?
Geen van beide is per definitie beter. Muesli oogt natuurlijker, maar paarden kunnen er stukjes uitpikken die ze lekker vinden. Brok is uniformer en wat erin zit, eet hij ook. De vorm zegt minder over kwaliteit dan de samenstelling.
Heeft mijn paard wel krachtvoer nodig?
Vaak minder dan eigenaren denken. Een paard met voldoende kwalitatief ruwvoer en weinig arbeid heeft soms helemaal geen krachtvoer nodig alleen een goed mineralen- en vitaminensupplement. Krachtvoer is aanvullend voer, geen verplichte basis.
Wat doet ‘graanvrij’ voor mijn paard?
Granen zijn evolutionair niet de natuurlijke voeding van paarden, dus graanvrij klinkt logisch. Maar moderne krachtvoeders bewerken granen zodat ze beter verteerbaar zijn. Of graanvrij beter is, hangt af van het paard. Voor paarden met maagklachten, gedragsproblemen of metabole klachten kan het waardevol zijn. Voor andere paarden niet per se.
Hoe weet ik of mijn paard tekorten heeft?
Vaak zie je het pas indirect: doffe vacht, slechte hoeven, lusteloosheid, snelle vermoeidheid, slechte weerstand. Een bloedonderzoek geeft uitsluitsel over een aantal mineralen. Een ruwvoeranalyse plus een doorberekening van het rantsoen is preventiever.
Kan ik op het advies van mijn voerfabrikant vertrouwen?
Voerfabrikanten zijn experts in hun eigen product, maar ze zijn ook commerciële partijen. Hun advies sluit logischerwijs aan op wat zij verkopen. Een onafhankelijke therapeut of voedingsdeskundige kan vaak breder kijken.
Belangrijk om te weten
Deze blog is bedoeld om je inzicht te geven. Het vervangt geen voedingsadvies van een specialist of dierenarts, zeker niet bij gezondheidsklachten of bijzondere situaties. Bij vragen over de specifieke behoefte van jouw paard schakel je een onafhankelijke therapeut of voedingsadviseur in of overleg je met je dierenarts.
Wat ik je gun
Eerlijk? Ik zou willen dat ik je in één blog kon leren welk voer goed is. Maar dat zo werkt het helaas niet en het zou je niet helpen op de lange termijn. Want over twee jaar verandert er weer iets in het aanbod, in je paard of in je situatie. En dan sta je weer voor dezelfde keuzestress.
Wat wel werkt: leren kijken naar voer. Begrijpen wat ingrediënten betekenen. Een berekening kunnen maken van de behoefte van je paard. Een etiket kunnen ontleden zonder dat je je laat verleiden door de zak.
Dat is precies wat ik leer in mijn Leertraject Complementaire Diergezondheid.
In zeven lesdagen, waarvan er één volledig is gewijd aan voeding en spijsvertering van het paard, leer je hoe een gezond paardenlichaam werkt, hoe je signalen van disbalans herkent en hoe je voeding beoordeelt op kwaliteit én op wat past bij jouw paard. Je maakt zelf een voedingsberekening voor je eigen dier. Je analyseert het etiket van het voer dat je nu geeft. En je gaat naar huis met de kennis om zelfstandig keuzes te maken.
Niet voor wie alleen wíl weten welk merk te kopen. Wel voor wie écht wil leren hoe het zit.
We staan pas aan het begin.
