Een weefselontsteking is het herstelproces zelf en die rem je liever niet, tenzij de warmte te hoog oploopt. Bij een infectie hangt het van het pathogeen en de ernst af of het lichaam het zelf aankan of dat antibiotica nodig zijn. Koorts heeft een functie, en ontstekingsremmende pijnstillers onderdrukken die. Remmen of ondersteunen is dus een afweging per situatie.
Of je een ontsteking of infectie bij een paard of hond moet onderdrukken, hangt af van wat er precies aan de hand is. In de praktijk gebruiken we de woorden door elkaar, terwijl er twee verschillende processen achter zitten die om een andere afweging vragen. Bij weefselschade is de ontsteking het herstel zelf. Bij een infectie gaat het erom of het lichaam de indringer nog aankan. Koorts zit daar tussenin en heeft in beide gevallen een eigen functie. Ik leg uit hoe ik daarnaar kijk en waarom “remmen of niet” voor welzijnsadviseurs vooral een kwestie van oordeelsvermogen is.
Wat is het verschil tussen een ontsteking en een infectie?
Een infectie ontstaat wanneer een pathogeen, zoals een bacterie of een gist, het weefsel binnendringt en het lichaam daarop reageert om het pathogeen onschadelijk te maken. Een weefselontsteking heeft geen indringer nodig. Die ontstaat doordat weefsel beschadigd raakt, bijvoorbeeld bij een peesscheur bij een paard of een verrekte spier bij een hond. Het immuunsysteem geeft dan ontstekingsstoffen af, en die trekken herstelcellen en herstelstoffen aan. De ontsteking is dus een gevolg van de schade en tegelijk het begin van het herstel.
Waarom bestrijd je een weefselontsteking liever niet?
Neem een peesblessure. Geef je corticosteroïden, dan rem je het herstel van die pees en kun je later mogelijk met een zwakkere pees zitten dan zonder die behandeling. Dat past bij wat het onderzoek laat zien. Een review uit 20141 over peesherstel bij paarden beschrijft dat ontsteking nodig is om beschadigd weefsel op te ruimen. Aanhoudende ontsteking werkt juist fibrose in de hand. Gaat dit te lang door of wordt er te veel fibrose gevormd, dan heeft dat een negatief effect op het herstel en de functie van de pees. Veel ontstekingsremmers remmen zowel de ontsteking als het afrondende deel van het herstel, daarom kan langdurig gebruik volgens de auteurs ongewenst zijn.
Er is wel een nuance. Bij een weefselontsteking komt warmte vrij, en als die boven ongeveer 42 graden uitkomt, beginnen eiwitten te denatureren. Weefsel bestaat grotendeels uit eiwit, dus dan richt de hitte zelf schade aan. Op dat punt wil je de ontsteking wel temperen. Ook het leerboek grote dieren van de Universiteit van Minnesota is genuanceerd: steroïden worden gezien als nuttig bij acute ontsteking in peesschedes en slijmbeurzen, terwijl het nut bij andere peesontstekingen bij paarden niet is aangetoond2.
Wanneer heeft het lichaam bij een infectie hulp nodig?
Zodra een pathogeen de overhand krijgt en er risico is op sepsis, ofwel bloedvergiftiging, heb je antibiotica nodig. Bij een ontstoken wond kan een antibioticazalf voldoende zijn. Zit de infectie dieper in het lichaam, dan kan het lichaam de pathogenen vaak niet zelf uitroeien en komt antibiotica meestal toch in beeld.
Antibiotica werken alleen tegen bacteriën. Voor gisten en schimmels bestaan aparte middelen, en voor virussen bestaat in de diergeneeskunde vrijwel niets. Bij een virale infectie draait het dus meer om wat het lichaam zelf kan en hoe je het daarbij ondersteunt.
Koorts, pijnstillers en ontstekingsremmers
Koorts is een signaal dat het lichaam is aangezet om het pathogeen op te ruimen. Een overzichtsartikel over koorts3 beschrijft dat koorts in sommige diermodellen een gunstig effect heeft op de afweer tegen infecties. In een experiment4 met konijnen die besmet waren met het rinderpestvirus leidde onderdrukking van koorts tot meer virus in de lymfeklieren, hogere sterfte en trager herstel. Een meta-analyse van diermodellen5 met pneumokokkeninfecties vond een ongeveer verdubbeld risico op sterfte bij behandeling met aspirine.
Pure pijnstillers en ontstekingsremmers zijn twee verschillende groepen
In de praktijk worden pijnstillers en ontstekingsremmers vaak als één categorie gezien, terwijl ze op een heel andere plek ingrijpen. Een pure pijnstiller werkt op het zenuwstelsel of op de pijnreceptoren en verandert hoe het dier pijn waarneemt. De ontsteking zelf blijft daarbij gewoon bestaan.
Een voorbeeld zijn de opioïden, zoals tramadol en buprenorfine, die rechtstreeks inwerken op pijnreceptoren in de hersenen en het ruggenmerg. Gabapentine wordt gebruikt bij zenuwpijn en chronische pijn en kalmeert overprikkelde zenuwen, zonder dat het de ontsteking of de koorts remt. De monoklonale antilichamen zoals Librela, bij honden, neutraliseren het eiwit NGF dat pijnsignalen aan het zenuwstelsel doorgeeft. De pijn stopt dan, maar de ontsteking in het gewricht wordt niet door het middel aangepakt. Bij het paard horen daar onder meer butorphanol en de alfa-2-agonisten xylazine en detomidine bij. Je kent die laatste misschien als kalmeringsmiddelen, maar het zijn ook sterke pijnstillers, bijvoorbeeld bij koliek6. Ook bij het paard remt geen van deze middelen de ontsteking.
Ontstekingsremmers vormen een andere groep. De NSAID’s (niet-steroïde ontstekingsremmers) remmen pijn en ontsteking tegelijk, waardoor ook de zwelling en de koorts afnemen. Dat maakt ze veelgebruikt, maar het heeft ook een prijs: ze grijpen in op het ontstekingsproces zelf en dus op een stuk van het herstel. Bij de hond gaat het onder andere om meloxicam (Metacam) en carprofen (Rimadyl), bij het paard zijn fenylbutazon (bute) en flunixine meglumine (Banamine) het meest gebruikt. Bij het paard komt daar nog bij dat deze middelen een smalle veiligheidsmarge hebben, met maagzweren en nierschade als bekende bijwerkingen bij te veel of te lang gebruik7. Wat je kiest, bepaalt dus wat er in het lichaam nog kan gebeuren.
Mijn visie op koorts en warmte
De eerder genoemde onderzoeken zijn gedaan bij proefdieren en deels bij mensen en laten zich niet zomaar vertalen naar paarden en honden. Toch geeft het inzicht in wat koorts doet: ze maakt deel uit van de afweer en wie haar onderdrukt, haalt iets uit die afweer weg. Voor een juiste afweging maakt het uit waar de warmte vandaan komt.
Bij een systemische infectie wil je de koorts wel kunnen remmen, omdat zo’n infectie het hele dier raakt en de temperatuur snel te hoog kan worden. Dat laat je door de reguliere zorg doen, met de middelen die de dierenarts daarvoor kiest. Het onderzoek hierboven laat vooral zien dat remmen een bewuste afweging moet zijn. Bij warmte in het weefsel door een beschadiging, zoals bij een peesblessure, ga je liever niet te snel remmen met medicijnen, omdat dat het herstel kan vertragen. Als de temperatuur bij de blessure te hoog dreigt te worden, kan koelen zorgen voor een daling in temperatuur. Zo beperk je de schade die hitte aan het weefsel kan doen en kan de ontstekingsreactie zelf haar werk blijven doen.
Waar loop jij als welzijnsadviseur tegenaan?
Een deelnemer vroeg me laatst of je bij een ontsteking niet altijd moet remmen, naar aanleiding van een middel met budesonide, een corticosteroïd. Zo’n vraag hoor ik vaker. Je staat tussen een eigenaar die van de dierenarts te horen kreeg dat de ontsteking onderdrukt moet worden en je eigen kennis dat ontsteking ook herstel is. Dan kan het lijken alsof je moet kiezen tussen “remmen” en “laten gaan”.
Die keuze bestaat in die vorm niet. Het gaat erom dat je kunt beoordelen wat voor ontsteking het is, wat voor infectie het is, hoe hoog de temperatuur oploopt en hoe bedreigend de situatie is. Op basis daarvan kun je met eigenaar en dierenarts bespreken of medicatie nodig is of dat het lichaam vooral een extra zetje nodig heeft bij het herstel van weefsel of het opruimen van pathogenen. Een welzijnsadviseur stopt geen medicatie, maar begrijpt het proces goed genoeg om de juiste vragen te stellen.
Veelgestelde vragen
Moet je een ontsteking bij een paard of hond altijd remmen?
Nee. Bij weefselschade is de ontsteking onderdeel van het herstel, dus remmen kan dat herstel vertragen. Bij te hoge warmteontwikkeling of een levensbedreigende situatie kan remmen wel nodig zijn.
Helpen antibiotica bij elke infectie?
Nee. Antibiotica werken alleen tegen bacteriën. Bij gisten en schimmels heb je andere middelen nodig, en voor virussen bestaat vrijwel geen specifieke behandeling.
Is koorts bij een dier altijd slecht?
Nee. Koorts is een onderdeel van de afweer. Het wordt pas een probleem wanneer de temperatuur te hoog dreigt te worden.
Dit artikel is gebaseerd op mijn ervaring en op algemene wetenschappelijke informatie en vervangt geen diergeneeskundig advies. Overleg bij koorts, een infectie of een blessure altijd met een dierenarts.
Lees hier meer over onze opleidingen
Bronnen
- Review over ontsteking en resolutie bij peesblessures bij paarden (2014), Veterinary Immunology and Immunopathology
- Tendonitis, Large Animal Surgery, Universiteit van Minnesota
- Good and bad fever, PMC
- Kurosawa e.a. (1987), Journal of Infectious Diseases
- Meta-analyse antipyretica bij pneumokokkeninfectie
- Matthews & Carroll (2007), Review of equine analgesics and pain management, AAEP
- Flood & Stewart (2022), Non-steroidal anti-inflammatory drugs and associated toxicities in horses, Animals
